zaterdag, 28 april 2012 11:59

De invloed van het leerkrachtgedrag op de motivatie van leerlingen tijdens de les gymnastiek

Written by
Rate this item
(2 votes)

Een samenvatting van de scriptie van Karen Seminck

Motivatie tijdens de les Lichamelijke Opvoeding kent vele positieve gevolgen. Zo zijn gemotiveerde leerlingen geïnteresseerd, halen ze betere resultaten op school, doen ze beter hun best, voelen ze zich gelukkiger en beleven ze meer plezier aan de lessen. Daarom is het belangrijk dat leerlingen op een optimale manier gemotiveerd zijn. De beste manier om gemotiveerd te zijn, is wanneer men autonoom gemotiveerd is. Dit wil zeggen dat men bijvoorbeeld deelneemt aan de les Lichamelijke Opvoeding omdat men dit leuk vindt. Daartegenover staat gecontroleerde motivatie, wat wil zeggen dat men bijvoorbeeld deelneemt omdat dit moet. Tenslotte kan iemand ook geamotiveerd zijn, wat wil zeggen dat men niet gemotiveerd is om deel te nemen aan de les. Onderzoek heeft aangetoond dat de leerkracht Lichamelijke Opvoeding een belangrijke rol speelt in het optimaliseren van motivatie. Zo stelt de zelfdeterminatie theorie dat elke persoon drie psychologische noden heeft, namelijk de nood aan autonomie, competentie en verbondenheid. Wanneer deze vervuld worden, zal men autonomer gemotiveerd worden. De leerkracht heeft de mogelijkheid om deze noden te ondersteunen en dus te vervullen via noodondersteunend gedrag. In huidig onderzoek werden leerkrachten gefilmd en werd via de SO-NICE nagegaan in welke mate zij de noden van de leerlingen ondersteunden. Bij de leerlingen werd via de BREQ-vragenlijst nagegaan op welke manier zij gemotiveerd zijn. Vervolgens werden verbanden gezocht tussen motivatie en leerkrachtgedrag. Er werd ook gekeken of motivatie en leerkrachtgedrag anders waren binnen een bepaalde groep, bijvoorbeeld jongens tegenover meisjes. Uit de resultaten bleek onder andere dat jongens meer gecontroleerd gemotiveerd zijn dan meisjes, wat zeker niet verwacht werd, aangezien algemeen verondersteld wordt dat jongens liever deelnemen aan de les LO dan meisjes. Wat wel verwacht en gevonden werd, is dat leerlingen uit het BSO minder optimaal gemotiveerd zijn dan leerlingen uit het ASO en TSO. Daarnaast bleek dat meisjes tijdens teamsporten en individuele sporten beter zonder jongens sporten, aangezien ze dan autonomer gemotiveerd zijn. Het belangrijkste noodondersteunend gedrag bleek het aanbieden van een warme omgeving. Dit gedrag stond namelijk in verband met alle drie de vormen van motivatie. De meeste verbanden tussen leerkrachtgedrag en motivatie werden gevonden tijdens teamsporten.

Read 1624 times
Login to post comments